- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

22 december 2011

Reclassering online. Digitaal de vinger aan de pols.

door Uilke D. Duinstra, adviseur stichting E-hulp.nl

Wat zijn de mogelijkheden van online hulpverlening binnen het gedwongen kader van het reclasseringswerk? De vrijheid van de hulpvrager die zo kenmerkend is voor online interventies lijkt misschien op het eerste gezicht niet te combineren met de controle die de reclasseringswerkers moeten voeren. Toch is er veel winst te halen.

Prof. dr. Peter H. van der Laan, bijzonder hoogleraar reclassering:
‘Van alle reclasseringstrajecten wordt ongeveer dertig procent niet succesvol afgerond. Personen komen niet meer opdagen of plegen een nieuw delict. Bij jong volwassenen (JOVO’s) is dit percentage hoger. Dit betekent dat we in de aanpak van deze doelgroep actiever kunnen zijn. Vooral het motiveren vergt meer tijd, energie en aandacht. Jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar zitten vaak in een tussenfase: een opleiding die niet is afgerond, werk dat er nog niet is of dat ze eigenlijk niet willen doen. Ze wonen nog thuis maar hebben niet langer een opvoedrelatie met hun ouders. Kortom, een fase waarin veel onduidelijk en chaotisch is.
‘Naast regulier toezicht en begeleiding is een andere aanpak nodig. Dit blijkt uit een eerste evaluatie van JOVO-units waarbij ik betrokken ben geweest. Je kunt het toezicht en de begeleiding intensiever maken: meer contactmomenten en meer activiteiten. De reclasseringswerker probeert ook meer outreachend te werken. Niet alle afspraken worden bij het reclasseringsbureau gepland, maar ook thuis, op school of elders.
‘Eén van de dingen waarmee JOVO-units kunnen experimenteren, is in hoeverre ze hun klanten kunnen activeren met sms, e-mail en sociale media. Als je jongvolwassenen op de traditionele manier begeleidt, houden ze zich niet altijd aan afspraken of komen ze soms hun bed niet uit. Vooral als je alleen bent aangewezen op face-to-face afspraken of telefonisch contact. Als je digitaal op een positieve manier de vinger aan de pols kunt houden via Twitter, Facebook of een soort [curs]four square[/curs] (melden waar je bent) dan kun je veel effectiever omgaan met de tijd tussen de face-to-face afspraken. Het is een goede manier om frequenter en intensiever contact te onderhouden.
‘Wekelijks contact is al intensief, maar het zou in mijn ogen nog beter zijn als je dagelijks contact hebt. Je kunt wellicht Skype aanbieden. Je zou ook een online behandeling voor middelengebruik, woon- of werktraining of een online sociale vaardigheidstraining of agressieregulatietraining kunnen aanbieden.
‘Het is nog een klus om jongeren aan je programma te binden, als je online begeleiding of gedragsinterventies aanbiedt. Want hoe zorg je ervoor dat zij ermee door blijven gaan? Hoe lukt het bijvoorbeeld om jongeren met heftige middelenproblematiek erbij te houden? Vanaf het begin moet er gewerkt worden aan motivatie. Als die niet van de grond komt dan helpt online hulp daar geen moedertje lief aan. Bij de beoordeling van de effectiviteit van interventies wordt daarom altijd gekeken naar wat er wordt gedaan om motivatie te ontwikkelen.’

‘Ik verwacht veel interesse en enthousiasme bij reclasseringswerkers voor online gedragsinterventies, mits deze qua kwaliteit en effectiviteit niet onderdoen voor face-to-face interventies. Het geeft meer mogelijkheden om individueel en op maat begeleiding te bieden. Nu worden mensen soms om praktische redenen in een groep gezet waarbij je je af kan vragen of dit verstandig is. Online kun je beter aansluiten op persoonlijke leerdoelen en behandelplannen. Er zullen alleen garanties moeten komen dat mensen zich niet aan de interventie kunnen ontrekken of dat er in ieder geval controle mogelijk is.
‘Dat is misschien wel een van de redenen waarom online hulp nog niet van de grond is gekomen. Het controleaspect is inherent aan het gedwongen kader. Daar moet je een passend antwoord op hebben. Reclasseringswerk is geen vrijblijvende aangelegenheid en reclasseringswerkers willen niet het risico lopen dat online interventies vrijblijvend lijken. Het gaat zowel om begeleiding als om controle. Als je je uitsluitend richt op controle, en niet of te weinig op intensieve begeleiding, vraag je om problemen.’

Kelly de Vries, medewerker Jeugdreclassering:
‘Ik denk dat jongvolwassenen met de inzet van online hulp niet meer maar wel sneller gemotiveerd raken. Online begeleiding is voor hen makkelijker en laagdrempeliger, omdat ze niet elke keer naar kantoor hoeven te komen. Jongvolwassenen willen vooral laten zien dat ze zelfstandig zijn, het zelf kunnen. Daar moeten we gebruik van maken, want er zijn veel dingen die ze zelf kunnen. Je moet dat wel weten aan te spreken.
‘Een tijdje geleden was ik verantwoordelijk voor tien JOVO-trajecten. Daar was ik erg druk mee, om de jongere mee te nemen naar allerlei instanties om praktische zaken te regelen. Het zou ons tijd schelen als wij meer online zouden kunnen doen. Als er online goede voorlichting mogelijk is, bijvoorbeeld over hoe je een uitkering moet aanvragen, door jongeren te laten chatten met een medewerker van de UWV, dan zijn ze al veel meer geholpen dan nu en krijgen ze bovendien meer inzicht in wat ze kunnen verwachten. Zo’n chatgesprek kan een jongere ook bewaren in een chatlog, waardoor hij op een later moment terug kan lezen wat hij moet doen.
‘In een face-to-facegesprek worden jongeren vaak afgerekend op hun non-verbale communicatie: dat ze er suf bij zitten of ongeïnteresseerdheid uitstralen. Als je dit soort gesprekken online aanbiedt, ondervang je dat ze de vaardigheden missen om gesprekken aan te gaan met dergelijke instanties.’

‘Ik denk dat een jongere online sneller aan de slag kan en durft met de dingen waar hij tegen aan loopt. Je kunt als medewerker ook vaker beschikbaar zijn. De meeste problemen doen zich vaak voor in het weekend of in de avonduren. Belangrijke onderwerpen wil een jongere dan gelijk bespreken en niet pas een paar dagen later als hij een face-to-face afspraak heeft.
‘De jongere kan meer aan de slag dan nu. Nu heb ik één keer in de drie weken een gesprek. Ik geef dan bijvoorbeeld een opdracht: ga naar een uitzendbureau en vertel met wie je gesproken hebt. Een gemotiveerde jongere gaat naar drie uitzendbureaus maar een jongere die niet gemotiveerd is, zegt: “Ik ben het vergeten.” Dan ben je wel drie weken verder. Als je dit soort opdrachten online kunt aanbieden en er via e-mail of chat over kunt communiceren, kun je de begeleiding intensiever maken.
‘En als er op school iets is gebeurd op de dag dat je een afspraak hebt, dan spreek je vaak het hele uur over dat conflict. Je mist dan informatie over de drie weken die vooraf zijn gegaan aan het conflict. Online zou je dit kunnen ondervangen door de jongere digitaal een dagboek bij te laten houden. Dan heb je meer inzicht in waar hij tegenaan loopt en wat de triggers zijn waardoor het conflict is ontstaan.
‘Kortom we kunnen veel meer bereiken als wij face-to-facecontact aanvullen met online contact. De visie en het doel van begeleiding blijven hetzelfde alleen maken we gebruik van andere middelen waardoor we de begeleiding beter kunnen maken.’


Prof. dr. Peter H. van der Laan studeerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Leiden en promoveerde in 1991 aan de Vrije Universiteit op [curs]Experimenteren met alternatieve sancties voor jeugdigen[/curs]. Sinds 1999 is hij senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam. Hij is voor twee dagen per week bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Kelly de Vries is jeugdreclasseerder. Ze is gespecialiseerd in intensieve trajectbegeleidingen CRIEM (criminaliteit in relatie tot integratie van etnische minderheden) en Harde Kern Aanpak (harde kern jongeren). Daarnaast is zij een van de initiatiefnemers van het symposium jeugdzorg 2.0 in Limburg. Zij doet onderzoek naar online hulpverlening in het gedwongen kader van de jeugdreclassering.

Dit artikel is eerder verschenen in Maatwerk, nummer 6.

Bron: Maatwerk

Al het nieuws over online hulp volgen?

- Volg dan Wouter Wolters , Myriam Limper en/ of Frank Schalken op Twitter

- Word lid van de linkedingroep Online Hulpverlening.

 


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Geen reacties:

Reageren:



* Het is niet mogelijk om html te gebruiken