e-hulp.nl

geeft richting aan online hulp

Nieuws

Alcoholbehandeling: eerst internetzelfhulp en daarna internettherapie

1 december 2011

Het leeuwendeel van de probleemdrinkers laat zich niet behandelen. Naar schatting gaat het wereldwijd om bijna tachtig procent. Interventies via internet zouden die behandelkloof fors kunnen slechten, is de gedachte van psycholoog Matthijs Blankers.

Op 23 november promoveerde Blankers aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar de (kosten)effectiviteit van internetzelfhulp en internettherapie. De onderzochte interventies zijn ontwikkeld en uitgevoerd door Jellinek, onderdeel van Arkin.

Wat zijn de belangrijkste conclusies van uw studie?
‘Wat al vaker gevonden is, bleek ook nu: dit soort interventies zijn effectief. Dat staat voorop. Een nieuwe uitkomst is dat als je gesprekken met een therapeut toevoegt, via chatten, dat een meerwaarde heeft boven alleen zelfhulp via internet. Maar je moet tegelijk kijken naar de kosten. Internetzelfhulp is veel goedkoper dan internettherapie. Dus is mijn advies om eerst te starten met zelfhulp en later, indien nodig, daar internettherapie aan toe te voegen.’

U zegt dat internettherapie ongeveer twee keer zo succesvol is als internetzelfhulp. Hoe kan het dan dat u er toch voor kiest om te beginnen met zelfhulp en eventueel pas later over te stappen op internettherapie?
‘Dat heeft, zoals ik al zei, met de kosten te maken. Zelfhulp via internet is effectief voor ongeveer dertig procent van de deelnemers. Dat betekent dat twee op de drie mensen daar niet voldoende aan hebben. De volgende stap is dan om hen als vervolg internettherapie aan te bieden. Uiteindelijk blijft er dan een kleine groep over voor wie internettherapie ook niet voldoende is om hun alcoholgebruik terug te dringen. Hen zou je dan de reguliere face-to-face therapie kunnen geven of een combinatie van reguliere en internettherapie.’

U hebt ook geprobeerd een screeningsinstrument te maken zodat van te voren duidelijk is wie baat heeft bij dit soort interventies. Is dat gelukt?
‘Nee. We hebben naar heel veel kenmerken van de cliënten gekeken. Uiteindelijk bleven er twee over: of iemand samen woont of alleen, en sociale onzekerheid of kwetsbaarheid. Wat we vonden is dat die heel goed samenhingen met de resultaten van de interventies. Maar ook bleek dat ze niet zo krachtig zijn dat je ze als screeningsinstrument kunt gebruiken. Voorlopig is de conclusie dus dat je deze interventies aan iedereen moet aanbieden.’

Het profiel van internetcliënten is dat ze hoogopgeleid zijn en succesvol op de arbeidsmarkt. Waarom moesten ze dan financieel beloond worden om de vragenlijseten van de nameting in te vullen?
‘Dat is heel gebruikelijk. Wil je mensen zo ver krijgen dat ze de vragenlijsten invullen, stel je ze een kleine tegemoetkoming, in dit geval vijftien euro, in het vooruitzicht. Dat blijkt goed te werken. Bovendien had een op de vijf deelnemers geen baan. Voor hen werkte het wellicht toch extra motiverend om onze vragen te beantwoorden.’

Hebt u enig idee waarom deze vorm van therapie zo goed bij vrouwen aanslaat?
‘Ik heb dat niet echt onderzocht. Maar bekend is dat vrouwen goed vertegenwoordigd zijn op de sociale media. Dat zou een reden kunnen zijn. Een andere ontleen aan de uitkomsten van het grootschalige bevolkingsonderzoek Nemesis naar de geestelijke gezondheid en verslaving. Daaruit kwam naar voren dat het zeker bij de aanpak van alcoholgebruik vooral vrouwen waren die met onvervulde zorgbehoeftes zaten. Je ziet dat inderdaad terug in het gebruik van internetinterventies. De helft van de deelnemers is vrouw, terwijl er in de reguliere hulpverlening veel meer mannen geholpen worden.’

Op het einde van uw proefschrift stelt u dat er mogelijke betere alternatieven zijn voor de huidige internetbehandelingen. Waar denkt u dan aan?
‘Een probleem zeker bij internetzelfhulp is dat mensen relatief snel afhaken. Bij internettherapie is dat, door de inzet van therapeuten, al een stuk minder. Waar we naar op zoek moeten, zijn manieren om deelnemers langer en intensiever te kunnen helpen. Daar zijn, denk ik, een aantal opties voor. Meer lotgenotencontact is er een van. Je kunt ook meer met spelelementen, met games doen. Een derde mogelijkheid is om meer aansluiting te zoeken bij de sociale media. Dat je bijvoorbeeld interventies aanbiedt via Facebook of speciale apps maakt die je op een smartphone kunt gebruiken. Maar je kunt ook denken aan een uitbreiding van het huidige aanbod. Nu zijn de interventies allemaal gebaseerd op cognitieve gedragstherapie en motiverende gespreksvoering. Hoogleraar psychologie Reinout Wiers is aan het experimenteren met zogeheten hertrainingstaken, spelletjes die testjes lijken maar die eigenlijk het brein herprogrammeren. Mij lijkt dat een goede weg om het reguliere behandelingsaanbod aan te vullen.‘

Lees hier het proefschrift E-Mental Health Interventions for Harmful Alcohol Use.

Bron: Psy.nl

Reageer

Laatste nieuws

meer nieuws

50 Dossiers

meer dossiers

Wat we doen

Handboek online hulp