e-hulp.nl

geeft richting aan online hulp

Nieuws

Jongeren verzuipen in hulpsites

4 mei 2010

Er zijn zoveel websites voor jongeren met problemen, dat ze averechts werken. De doelgroep raakt de kluts kwijt. Tijd voor onderlinge samenwerking.
 
GGZ’s, jeugdzorg en maatschappelijk werk lanceren de ene na de andere hulpsite voor jongeren met psychische of sociale problemen. De theorie is dat op deze manier, via internet, lastig bereikbare jongeren makkelijker aangesproken kunnen worden.
De jongeren die het web opgaan omdat ze ergens mee zitten, komen echter een wildgroei aan hulpsites tegen. Hulpmix.nl, klikvoorhulp.nl, pratenonline.nl, gripopjedip.nl; noem maar op. Vorige week nog ging die van GGZ Amsterdam online: mindmasters.nl.
‘Het is niet bij te houden’, zegt Frank Schalken, directeur van e-hulp.nl, een kenniscentrum op het gebied van online hulp. ‘Er zijn meer dan honderd hulpsites voor jongeren, afkomstig van organisaties als jeugdzorg of maatschappelijk werk.’
Volgens Schalken is het helemaal niet nodig dat er zoveel van die sites zijn. ‘Ik adviseer organisaties als GGZ en jeugdzorg dan ook om samen te werken, zodat ze niet allemaal hetzelfde gaan doen’.
 
Ongerust
Ook Nicole Nijland, e-health-onderzoekster aan de Universiteit van Twente, vindt de hoeveelheid sites niet handig. ‘Er ontbreekt structuur. Terwijl jongeren dat wel nodig hebben.’
Recent onderzoek van de Britse kindertelefoon naar tieners en het zoeken van hulp op internet toont aan dat het scala aan hulpsites averechts werkt. Uit het onderzoek blijkt dat jongeren die het web opgaan met hun problemen, alleen nog maar ongeruster worden van alle informatie die ze tegenkomen.
 
Al die hulpsites zijn veel te verwarrend
‘Het kan inderdaad helpen om via hulpsites met lotgenoten te praten’, zegt John Vermaas, hoogleraar jeugdpsychologie aan de Universiteit van Tilburg. Maar hij benadrukt dat het ook slecht kan zijn.
‘Meisjes kunnen elkaar enorm opjutten via internet, vooral meisjes met anorexia’, zegt Vermaas. Net als op zogenoemde pro-ana-sites zetten meisjes elkaar aan tot extreme vermagering door het uitwisselen van tips, zoals ‘slik aspirines om je stofwisseling te verhogen’.
 
Geld
Toch blijven GGZ’s en centra voor jeugdzorg vrijwel ongecoördineerd hulpsites bouwen. Van Friesland (fierfrysland.nl) tot Limburg (klikvoorhulp.nl) en Amsterdam (mindmasters.nl) doet elke instelling mee.
 
‘De overheid stimuleert dat er nieuwe, laagdrempelige oplossingen komen voor de problematiek van jongeren’, zegt Rik Koekenbier van GGZ Amsterdam. Die stimulans bestaat vooral uit geld. De nieuwe site van GGZ Amsterdam wordt volledig betaald door de gemeente.
 
Zonder samenwerking is het probleem moeilijk op te lossen. Fenne Verhoeven van de Universiteit van Twente werkt aan een keurmerk voor de websites. ‘Het is voor de jongeren veel te verwarrend, zoveel sites. Via dit keurmerk willen we ze nog enigszins begeleiden’.
Haar collega Nijland ziet maar één oplossing en dat is een hoofdwebsite. ‘Eén site, een soort wiki. Die kan dan wel weer linken naar de sites van de verschillende instanties.’
 
 
Reactie e-hulp.nl:
Steeds meer instellingen zien de mogelijkheden van online hulpverlening, ook aan jongeren. Doordat het laagdrempelig is, worden jongeren bereikt die anders niet zo snel hulp zouden zoeken. Dat is heel goed.
 
Voor jongeren is het belangrijk dat ze leren herkennen wat een goede website is en welke niet. Ze moeten onderzoeken wie er achter de website zit, of er controle is of dat iedereen maar wat kan publiceren en hoe er met hun gegevens om wordt gegaan.
Als dat allemaal niet duidelijk is zegt dat wel iets over die website.
 
Jongeren moeten ook leren dat ze geen persoonlijke informatie op een online hulpsite zetten, dus geen eigen naam of e-mailadres gebruiken.
 
Daarnaast is het goed als er een plek is op internet waar een overzicht staat van goede online hulpsites voor jongeren. De plannen voor zo’n site zijn ontwikkeld door ons, we zijn op dit moment op zoek naar een partner voor de financiering.
 
Voor organisaties die online hulp willen aanbieden is het belangrijk dat ze het net zo serieus nemen als hun face-to-face hulpverlening. Vorige week is van onze hand het handboek online hulpverlening uitgekomen op basis van 12 jaar ervaring met online hulpverlening. Door de kennis van dat boek toe te passen zorgen instellingen ervoor dat ze kwalitatief goede websites krijgen waar jongeren met een gerust hart terecht kunnen.
 
Belangrijkste adviezen die we aan instellingen kunnen geven die online hulp voor jongeren willen aanbieden zijn:
  • zorg voor informatie die geschreven is in begrijpelijke taal
  • zorg dat duidelijk is welke organisatie(s) achter de website zitten en hoe die bereikbaar zijn
  • voorkom dat jongeren persoonlijke informatie kunnen publiceren op een online hulpsite
Door samen te werken kunnen instellingen jongeren beter bedienen, bijvoorbeeld omdat ze dan meer mensen beschikbaar hebben en daarom openingstijden van de chat vergroot kunnen worden.
 
Een goed voorbeeld van samenwerking is hulpmix.nl, een initiatief van instellingen uit de jeugdzorg en ggz. Winnaar van de jeugdzorgprijs 2009. Ook het Netwerk Online Hulp laat zien dat instellingen uit de ggz, jeugdzorg en het maatschappelijk werk bereid zijn om kennis met elkaar te delen.
 

Bron: Depers.nl

Reageer

Laatste nieuws

meer nieuws

50 Dossiers

meer dossiers

Wat we doen

Handboek online hulp